Sprankelende façade.

Een overpeinzing. Stil ik iemands honger of koop ik een aflaat?

Het helblonde haar lijkt wel licht te geven als ze me tegemoet komt in de onderaardse wereld van U-Bahnhof Tempelhofer Feld. Een paar ogen, nog mooier dan die van Bambi zijn de stille getuigen van een schoonheid die vervaagd is. Haar blik wil de mijne vangen, om me daarmee te verleiden. Als ze dichterbij komt verraden lichaamsgeur en bevlekte kleding dat de laatste wasbeurt al enige tijd geleden is. Mijn ogen negeren haar knalroze ontblote benen die door oedeem drie keer hun normale omvang hebben aangenomen. Ik kijk voorbij de loszittende huid die in vellen aan haar benen hangen. Ze weet zich met met behulp van een verdovend middel en een ongelofelijke overlevingsdrang over de mentale en fysieke pijn en schaamte heen te zetten. Ze lijkt niets te voelen als ze me recht aankijkt en met een glimlach om haar mond vraagt of ik een beetje kleingeld kan missen. Haar Bambi ogen zijn een sprankelende façade. Net zoals in Disneyfilms waarin de harde realiteit wordt overtroffen door een laagje glitter en glamour waarin het goede zal zegevieren en een held het kwaad zal verslaan. ment. Stoïcijns loop ik door. Samen met de andere mensen op het perron, de kudde achterna. Op weg naar mijn bestemming.

©Rik Alexander Vrouw op weg in de u-bahn om haar lege kratten te vullen met op straat gevonden statiegeld flessen

Ben ik immuun geworden voor de meer dan 35.000 dak- en thuislozen die in miserabele omstandigheden in de stad leven? Ik heb daar vaak discussies over met vrienden. Berlijn is in ieder geval als een spiegel voor me. Iedere dag opnieuw prijs ik me gelukkig dat ik een dak boven mijn hoofd heb en genoeg geld om in mijn levensonderhoud te voorzien. Duitsland heeft niet zulke goede sociale voorzieningen als Nederland. Zelfs de meest succesvolle carrièretijger kan zijn stadspaleis in Charlottenburg door pech en een samenloop van omstandigheden kwijtraken en zijn intrek moeten nemen in een slaapzak onder een brug. Een voorziening als de AOW kennen onze Oosterburen niet. Tijdens je werkzame leven spaar je voor een inkomen na je pensionering. Dus als je om wat voor reden dan ook niet veel hebt kunnen sparen voor je oude dag dan moet je op een andere manier je kostje bij elkaar sprokkelen. ’s Avonds en in de weekenden zie je vaak ouderen met grote tassen of boodschappenwagentjes door de straten trekken. Ze verzamelen lege bierflesjes die mensen achter hebben gelaten, of in de prullenbak hebben gegooid. Met de opbrengst van het pfand op de flesjes vullen ze hun schamele inkomsten een beetje aan.

Je kan het leed van anderen niet de hele dag op je schouders dragen, maar er ook niet blind voor worden. Sinds ik in Berlijn woon koop ik regelmatig straatkranten, zoals de Motz en de Strasenfeger. Ook de bierflesjes van thuis, of de Späti laat ik op straat achter. Het is een druppel op de gloeiende plaat, maar ik troost me met de gedachte iemand zijn honger een beetje kan stillen met de opbrengst van het statiegeld. Maak ik me er te gemakkelijk van af? Koop ik een aflaat?

©Rik Alexander Man komt thuis met zijn winkelwagen en boodschappentassen gevuld met lege statiegeld flessen

©Rik Alexander. Een van de talrijke späti’s in Berlijn

Tekst en beeld: Rik Alexander

Recommended Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *