Paris m’embrasse

Is er een Parijs voorbij de wereldberoemde Eifeltoren en de Nutella crêpes? En wat bezielt het echte Parijs?

Gare du Nord, half twaalf ’s morgens. De trein die me in sneltreinvaart van Amsterdam naar de Franse hoofdstad brengt, rolt langzaam het station binnen. Honderden mensen bevolken de perrons met rugzakken en rolkoffers. Iedereen loopt richting de uitgang. Naar de grote deuren die leiden naar een plein waar je direct voelt dat je in een wereldstad bent. Taxichauffeurs die hengelen naar een rit, zwervers die bedelen om wat kleingeld en zigeunerjongens die je smartphone buit willen maken. Maar ook reizigers, toeristen en de elegant en stijlvol geklede Parisien. Iedereen is onderweg naar zijn bestemming.

In de afgelopen jaren ben ik vier keer in Parijs geweest. De stad der liefde stal mijn partners hart, nadat hij er tijdens zijn studie een tijd woonde. Zijn lofzang was soms mooier dan een Franse chanson, maar ik was er onge- voelig voor. In steden als Berlijn, Londen en Brussel voel ik me thuis, maar deze metropool kon mij niet om haar vingers winden. Vaak vroeg ik me af hoe dat kwam. De boulevards zijn indrukwekkend en als je ’s avonds op de trappen van de Sacré-Coeur zit met een fles champagne en uitkijkt over de stad terwijl het daglicht plaatsmaakt voor duizenden lichtjes, waan je je zonder al te veel fantasie in een romantische film. De highlights zijn stuk voor stuk mooi en de moeite van het bezoeken waard, maar de daaromheen ontstane toeris- tenindustrie leverde te veel ruis op. Het lukte me tot dusver niet om de stad te doorgronden en haar tot in het diepst van haar ziel te leren kennen. Liefde moet van twee kanten komen en ik besloot me open te stellen voor deze metropool.

De stad van de liefde stal mijn partners hart. Zijn lofzang was soms mooier dan een Franse chanson.

De taxichauffeur manoeuvreert behendig tussen al het verkeer door, over de bekende boulevards richting ons hotel, dat aan de voet van de Bastille ligt. Als een gids wijst hij naar standbeelden en gebouwen en vraagt of ik weet waarom de balkons van de aaneengesloten gebouwen en stadspaleizen pas vanaf de tweede verdieping beginnen. Ik schud van nee. De eerste verdieping bleek ooit bestemd voor de bedienden van de rijkelui die op de tweede verdieping en hoger woonden. De elite van Parijs dronk iedere middag thee op het balkon om te zien en gezien te worden. De gelijkheid, een van de drie pijlers waarop de Franse republiek steunt, gold ogenschijnlijk niet voor iedereen.

Is het symbolisch dat het hotel waar ik de komende dagen verblijf in de schaduw van een torenhoog monument staat dat de plek markeert waar ooit de Bastille stond? Een monument dat de start van de repu- bliek herdenkt. Een woedende bevolking bestormde op 14 juli 1789 het middeleeuwse fort om gevangenen te bevrijden. Ze hadden hun buik vol van de hongersnood, klassen- maatschappij, macht van de kerk en een vorst die leefde als een god in Frankrijk. Aan het einde van de revolutie is het adieu vorst en bonjour democratische republiek, die vormgegeven wordt op de pijlers libertéegalité en fraternité.

Het was Baron Haussmann die Parijs zijn huidige aangezicht gaf. Hij bedacht een ingrijpend plan en verdeelde de stad in brede boulevards die samenkomen bij de Arc de Triomphe. Het lijkt van bovenaf een beetje op een appeltaart die destijds hele woonwijken heeft opgeslokt. Woonwijken die overigens wel zorgen voor de indrukwekkende grandeur die vandaag de dag niets van zijn glans verloren heeft.

Gentrificatie
De feiten liegen er niet om: de hele agglomeratie telt tien miljoen inwoners en binnen de Boulevard Périphérique huisvest de stad meer dan twee miljoen mensen. Heel Amsterdam past binnen die ringweg, waar per vierkante meter meer mensen wonen dan in Manhattan. Die oppervlakte wordt duur betaald volgens Pascal, die me rondleidt door Le Marais, een van de populairste buurten van de stad. Als je een appartement wil kopen in deze wijk – waartoe ook de zetel van de burgemeester in het Hotel de Ville behoort – moet je veertien- duizend euro per vierkante meter neertellen. Le Marais was ooit vervallen; niemand wilde er nog wonen behalve kunstenaars, maar al snel kwamen de studenten, koopjesjagers en vastgoedontwikkelaars. De gentrificatie slaat overal toe, ook op Place des Vosges. Het oudste plein van de stad is het domein geworden van chique hotels, exclusieve restaurants en een spa waar de vermogende mens voor zijn bezoek aan sauna of zwembad geen vaste prijs betaalt, maar discreet op een briefje schrijft wat het bezoek waard was. Toch is het plein, dat omringd wordt door arcaden, een oase in de stedelijke woestenij. Op een zonnige middag strijken jong en oud, student en succesvol zakenman neer op een bankje of op het gras om tot rust te komen en met vrienden hun joie de vivre te delen. Pascal is een trotse Fransman die tijdens de lunch in het traditioneel Franse restaurant La Place Royale vertelt dat hij met moeite zijn hoofd boven water kan houden. Maar als hij even later een door hem uitgegeven plattegrond van Le Marais aan mij overhandigt, vertelt hij dat zijn website al miljoenen bezoekers heeft getrokken, gevolgd door de opmerking dat hij onlangs een tweede appartement heeft gekocht. Zijn eerdere opmerking neem ik dus maar met een korreltje zout. Pascal leidt maar een fractie van de 47 miljoen toeristen rond die Parijs jaarlijks aandoen. Die mensen moeten ergens slapen en anders dan in Amsterdam wordt Airbnb hier omarmd door het stadsbestuur, omdat de druk op de hotels anders te groot zou worden en de prijs per overnachting te duur. Op iedere 84 hotelkamers in de stad zijn er vijfhonderd Airbnb-bedden beschikbaar. De serene rust van Place des Vosges is maar enkele stappen verwijderd van de grootstedelijke chaos op de Rue de Rivoli, de weg die Napoleon dwars door de stad liet aanleggen en die zich kilometers uitstrekt. Daarmee doorbrak hij het middeleeuwse stratenpatroon, dat nog te herkennen is in de Rue François-Miron, waar de twee oudste huizen van de stad staan. Bijzondere huizen, niet alleen omdat de Maison du Faucheur en Maison du Mouton in de zestiende eeuw zijn gebouwd, maar vooral ook omdat ze twee seksclubs herbergen.

Rosa Bonheur

Feesten in Rosa
Als je voor het eerst naar de Lichtstad afreist, is het meer dan logisch dat je een bezoek brengt aan de Notre-Dame, Eiffeltoren en Montmartre, maar de stad heeft veel meer te bieden. Parijs heeft geen gebrek aan reizigers boven de veertig; waar de stad behoefte aan heeft, zijn avonturiers tussen de twintig en veertig die kunst en cultuur hoog in het vaandel hebben staan, maar buiten de gebaande paden durven te treden. Voor dat avontuur hoef je niet eens ver te reizen. Als je van oude en moderne kunst houdt en geen zin hebt om uren in de rij te staan om een glimp van de Mona Lisa te zien, is het Petit Palais een goed alternatief en boven- dien gratis toegankelijk. Les je dorst na je museumbezoek bij Rosa Bonheur, dat op een boot in de Seine ligt. De gemeente sloot de kades aan de rivier een paar jaar geleden af voor verkeer, waardoor er een prachtige strook aan het water vrijkwam om te flaneren, hard te lopen of een drankje te drinken. Werken in de horeca is slopend, het personeel maakt lange uren en werkt voornamelijk ’s nachts. Dat moest ook anders kunnen volgens de eigenaresse van Rosa Bonheur, die inmiddels drie locaties heeft. Ze ging het experiment aan en bedacht een concept waarbij mensen al vanaf zes uur ’s avonds konden dansen. Een grote gok, maar haar plan slaagde; het is er iedere dag druk, ook op het moment dat ik er aanschuif. De uitbaatster is lesbisch, evenals degene naar wie de bar vernoemd is, maar ze richt zich op een breed en open- minded publiek. De kade en terrassen zitten vol met de mooiste mensen. Binnen krijgt de dj ondanks het vroege uur zijn publiek aan het dansen, terwijl verderop een potje tafelvoetbal wordt gespeeld. Ik hef het glas op Parijs, de stad waar ik pas een paar uur ben en die me langzaam maar zeker begint te verleiden.

Paris is totally gay
Het gouden standbeeld van Jeanne d’Arc tegenover de Jardin des Tuileries, straalt in het ochtendlicht. Aan haar voeten liggen verse bloemen, een dag eerder neergelegd. Tijdens haar leven in de dertiende eeuw speelde ze een belangrijke rol als leger- aanvoerster en droeg ze mannenkleding, omdat vrouwen geen leiding mochten geven aan gevechtstroepen. Volgens een van de overleveringen was Jeanne d’Arc weliswaar een vrouw, maar voelde ze zich man en was ze dus transgender. De nationale volksheldin is daarom ook het symbool van de Franse LHBTQ’s, die haar ieder jaar op de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie met bloemen eren.

In 1791 werd het verbod op sodomie opgeheven, waardoor homoseksuelen niet langer als crimineel werden bestempeld. Parijs was al vóór de Revolutie een vrijhaven voor seksuele minderheden. Volgens Philip, die me rondleidt namens Paris Gay Village, waren koning Lodewijk de veertiende en zijn broer Filips ‘totally gay’. Ook al was homoseksuali- teit niet meer strafbaar, seks in het openbaar was dat wel. Een uitzondering vormden de tuin van het Palais Royal en de Tuileries, die privé-eigendom waren, zodat de wetgevende macht er geen invloed had. Aan de rand van de Tuileries en aan de oever van de Seine ligt Tata Beach, waar nog steeds gecruiset wordt, al komen er door de datingapps steeds minder mannen.
Volgens gids Philip is er amper sprake van anti-homogeweld of homofobie, maar het is er wel, en dat is genoeg om de community soms een onveilig gevoel te geven. Anne Hidalgo, die als burgemeester de scepter zwaait over de stad, draagt LHBTQ-rechten hoog in het vaandel. Twee van haar wethouders zijn gay en ze reikt in haar Hotel de Ville jaarlijks de Paris Prize for LGBT Rights uit aan personen of organisaties die zich inzetten voor LHBTQ- rechten.

Seksclubs in de oudste huizen van Parijs ©UGArdener

Dit jaar is extra bijzonder voor de stad, die in de eerste week van augustus honderddui- zenden mensen hoopt te ontvangen voor de Gay Games. Deze spelen, die voor de tiende keer worden georganiseerd, hebben ook de speciale aandacht van de Franse presi- dent Macron, die namens zichzelf iemand heeft afgevaardigd in de organisatie van het sportfestijn. Deze queer ‘olympische spelen’ vormen het grootste evenement dat Frankrijk dit jaar organiseert en het is voor het eerst dat transgender personen zelf mogen kiezen of ze willen deelnemen als man of als vrouw, aldus voorzitter Manuel Picaud.
Noem het de wet van de remmende voor- sprong: ook al is homoseksualiteit sinds 1791 toegestaan, het duurde tot 2013 voordat paren van hetzelfde geslacht in het huwelijk konden treden. Naast het burgerlijk huwelijk is er ook een kerk waar je elkaar het ja-woord kunt geven. In de Église Saint-Merri komt de roze gemeenschap regelmatig samen om te bezinnen en te vieren en in de façade uit de achttiende eeuw is een beeltenis van een transgender persoon aangebracht.

Parijs heeft behoefte aan avonturiers die kunst en cultuur hoog in het vaandel hebben staan, maar buiten de gebaande paden durven treden.

Le Marais is sinds de jaren zeventig the place to be voor LHBTQ’s; de wijk heeft zelfs een gouden driehoek waarbinnen de concentratie horecagelegenheden, fitnessclubs en sauna’s het grootst is en waar boekenwurmen hun hart kunnen ophalen bij Les Mots à la bouche, een van de laatste gayboekhandels ter wereld. Toch is het niet meer rozengeur en maneschijn in Le Marais. Stijgende huur- prijzen dwingen veel gelegenheden ertoe hun deuren te sluiten. Daartegenover staat dat veel clubs tegenwoordig gay-minded feesten organiseren en dat er in andere delen van de stad, waar de huur betaalbaar is, nieuwe bars en clubs worden geopend. “Le Marais bevindt zich nu overal”, besluit mijn gids zijn toer. Het gayleven van de Franse hoofdstad is voortdurend in beweging en dat maakt het spannend.

Openuchtmuseum
Hoe maak je een buurt die uit sociale woningbouw bestaat aantrekkelijker voor haar inwoners en interessant voor toeristen? Die vraag bracht de Galerie Itinerrance en de burgemeester van het dertiende arrondissement samen. Ze nodigden internationaal bekende street artists uit om moderne muur- schilderingen te maken. Hun initiatief mondde uit in een van de grootste openluchtmusea in z’n soort. Het Place d’Italie en haar omgeving vormen een gigantisch schildersdoek, bestaande uit gevels van huizen en flatgebouwen. Je hoeft niet ver te lopen om de eerste fresco’s te spotten. Ze vertellen allemaal een eigen verhaal en proberen de toeschouwer op een laagdrempelige manier te boeien of verwonderen.

Neem bijvoorbeeld het werk van Shepard Fairey, beter bekend als OBEY, de artiest achter de beroemde campagneposter van Barack Obama. Na de aanslagen op poppo- dium Bataclan was de Parijse bevolking tot in het diepst van haar ziel geraakt. Fairey stelde voor om een muurschildering te maken die de eenheid van het Franse volk zou symboliseren en de moraal van de Parijzenaren op zou krikken. Het gezicht van Marianne in zijn schildering Liberté, Egalité et Fraternité kijkt de voorbijgangers diep in de ogen en lijkt ze als een moeder van het volk moed in te praten. Conor Harrington zegt dat kunst pas af is als het bekeken wordt en men fantaseert over de betekenis ervan. Zijn fresco aan de boulevard Vincent Auriol spreekt tot de verbeelding en stemt tot nadenken. Je ziet twee mannen, maar wat doen ze? Omhelzen ze elkaar of zijn ze in gevecht? Het is aan de toeschouwer zelfom daar antwoord op te geven.
Inmiddels telt het project 34 muurschilderingen, gemaakt door 25 artiesten en steeds meer mensen weten de weg te vinden naar het dertiende arrondissement. Dat niet iedereen daar blij mee is, blijkt als we aange- sproken worden door een voorbijgangster. Ze wijst naar een fresco en schudt afkeurend haar hoofd, al wordt het niet helemaal duidelijk of het aangewezen werk óf het project haar goedkeuring niet weg kan dragen. Volgens een stemming mogen inwoners van het dertiende arrondissement zelf bepalen welke fresco’s hun gebouw gaan sieren. Het is een verrassende tocht langs indrukwekkende werken, die sowieso mooi zijn om te bewon- deren, maar pas echt boeiend worden als je het verhaal erachter kent. En de entreeprijs is gratis. Nou ja, op het metrokaartje na dan.

Fresco Conor Harrington ©Lionel Belluteau

Je ziet twee mannen, maar wat doen ze? Omhelzen ze elkaar of zijn ze in gevecht? Het is aan de toeschouwer om daar antwoord op te geven.

Tussen de tentdoeken
In de binnenstad zie ik regelmatig mannen en vrouwen – vaak vergezeld door een hond – met uitgestoken hand en hun gezicht dat boekdelen spreekt gericht naar de grond. Vaak voer ik een innerlijke strijd als ze me vragen om een beetje kleingeld. Natuurlijk gun ik hen een beter leven, maar tegelijk bekruipt me het gevoel dat ik niet iedereen kan voeden. Op den duur sluit ik me ervoor af, hoe egoïstisch dat ook klinkt. Wat nieuw voor me is en diepe indruk maakt, zijn de tentenkampen op de Quai de Jemappes aan de Boulevard de la Villette in het noorden van de stad. De tentdoeken bieden een klein beetje beschutting tegen regen en wind aan de mensen die huis en haard hebben verlaten in hun door oorlog verwoeste thuisland. Meer dan vierhonderdduizend vluchtelingen uit voornamelijk Afghanistan en Syrië hebben de afgelopen jaren de oversteek naar Frankrijk gewaagd in de hoop op een beter bestaan. Velen kwamen terecht in Parijs en het stadsbestuur heeft speciaal voor hen opvanglocaties geopend, waar bed, bad en brood gratis beschikbaar zijn. Veel vluchtelingen zijn echter vijanden in het land van herkomst, die elkaar in hun nieuwe omgeving het licht in de ogen niet gunnen. Niet zelden worden mensen beroofd of aangevallen als ze denken vredig te kunnen slapen. Er is beveiliging, maar momenteel is de situatie zo nijpend dat er in de opvangcentra meer bewakers dan vluchtelingen zijn. Zo vlug als mijn taxi aan de kade en tenten voorbijrijdt, zo lang blijft het beeld ervan op mijn netvlies hangen.

We rijden richting de Grande halle de la Villette, een enorme evenementenlocatie op een half uurtje rijden van het centrum. Mijn zintuigen worden daar geprikkeld door de nog tot september te bezoeken expositie Beyond Borders, geschapen door teamLab. Deze haast transcendente ervaring van beeld en geluid prikkelt ieder zintuig en laat je elk gevoel van ruimte en tijd verliezen. De vloer en wanden worden gevuld met de meest kleurrijke patronen en figuren waar je je al snel onderdeel van voelt. De kunstenaars van teamLab willen kunst, design, technologie en natuur vloeiend in elkaar over laten lopen en de toeschouwer op die manier bewust maken van de relatie tussen mens en natuur. Het is in ieder geval een belevenis waar je uren naar kunt blijven kijken zonder verveeld te raken.

Quai de Jemmapes ©dégres 360

Urban Jungle
“Wat we nodig hebben, is een alternatieve horizon die tot de verbeelding spreekt.” Dat is niet alleen van toepassing op de spectaculaire kunst van teamLab; deze spreuk prijkt prominent op de muur van Ground Control, naast het Gare de Lyon. Deze concept foodhall is niets nieuws, maar Ground Control heeft een bijzondere missie. Deze immense hal van een voormalig stationspostkantoor doet nu dienst als plek waar Parijzenaren elkaar binnen of buiten op het terras kunnen ontmoeten. De ingang is niet erg uitnodigend; deze ligt pal naast een politiebureau dat meer wegheeft van een fort en bewaakt wordt door een boom van een beveiliger. Maar laat je niet afschrikken en waag de klim op de nauwe trap naar boven. Ineens sta je in een andere wereld, overal zie je het groen van bomen en planten. Mensen zitten aan picknicktafels en liggen heerlijk languit in strandstoelen. Een oude stadsbus is omgebouwd tot foodtruck, net als een typisch ouderwetse Citroën-bus. Hier wordt letterlijk een nieuwe horizon gecreëerd door de natuur terug te brengen in de concrete jungle die een wereldstad kan zijn.

Er gloort ook spreekwoordelijk licht aan een nieuwe horizon. Mensen van allerlei plui- mage, met verschillende achtergronden en uit diverse culturen komen hier samen. In de hal, die iets wegheeft van een vliegveld, vind je tegen de wand kleine restaurantjes waar je voor maximaal tien euro een gerecht bestelt. La Résidence trekt meteen mijn aandacht, omdat de chef een Syrische vluchteling is die zelf vluchtelingen opvangt en ze in zijn keuken laat koken. Terwijl ik het typisch Syri- sche Moutabal – een soort humus – bestel, raak ik in gesprek met de kok van dienst.
De 36-jarige Keshar uit New Delhi kwam naar Parijs nadat zijn vader hem dreigde dood te schieten toen hij uit de kast kwam. Het leven in Parijs is zwaar, maar hier kan hij zichzelf zijn en dankzij Nabil Attar van La Résidence lukt het hem een nieuw bestaan op te bouwen.

Met het gevoel dat ik toch een zinvolle bijdrage heb kunnen leveren aan het verbeteren van iemands bestaan – al is het een minuscule druppel op de gloeiende plaat – loop ik naar buiten toe. De taxi rijdt me terug naar Gare du Nord, door straten en boulevards van een stad die ik in een paar dagen op een heel andere manier heb leren kennen. Het echte Parijs omarmt je;
de echte Parijzenaren zijn ruimdenkende Bourgondiërs, die niet te trots zijn om Engels te spreken. Wees niet bang om gedeelten van de stad te verkennen die niet in de reisgidsen staan. Als een ontdekkingsreiziger, vol van ervaringen en mooie indrukken, sta ik weer op het plein voor Gare du Nord. Voordat de Thalys me naar Amsterdam brengt, kijk ik nog één keer om naar de stad die mijn hart heeft veroverd. Er lopen twee jongens van een jaar of twintig voorbij, hand in hand. Niemand kijkt om. Paris, je t’aime!

Tekst: Rik Alexander
Header: Lionel Bellutea

Recommended Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *